Testcentrum Groei | 085 2500470

Zo werkt het voor organisaties:

  1. U vraagt een gratis STARTaccount aan
  2. U ontvangt gratis € 25 tegoed
  3. U probeert ons systeem vrijblijvend uit
  4. U kunt na een proefperiode van 2 maanden START, LIGHT of PREMIUM kiezen


Gemiddelde klantwaardering:   8,2
Testen en rapportages
Testsysteem
Klantenservice
Tarieven

 



 
Kenmerken test

Kenmerken Groei beroepskeuzetests (GBT-20 serie)

In dit artikel staan kenmerken van deze tests beschreven. U kunt ook een voorbeeldrapport inzien van de Beroepskeuzetest Praktische beroepen, Beroepskeuzetest MBO, Beroepskeuzetest HBO-WO en de Algemene beroepentest (inclusief Competentiescan).

Meetpretentie

Deze test meet de bij de testdeelnemer drie best passende Holland-types, de drie best passende sectoren (zie bijlage 1) en vraagt daarnaast een single-item zelfbeoordeling van de testdeelnemer op 31 competenties (enkel bij de algemene beroepskeuzetest). Uit deze waarden wordt via software automatisch een lijst met bij de testdeelnemer aansluitende beroepen gegenereerd. De 6 Holland-types die worden gemeten zijn:

  • Praktisch
  • Onderzoekend
  • Creatief
  • Mensgericht
  • Ondernemend
  • Gestructureerd

Doel

Het doel van de GBT-20 is een wetenschappelijk verantwoorde vragenlijst te bieden die een testdeelnemer als hulpmiddel kan gebruiken om te achterhalen welke Holland-types, welke arbeidsmarktsector en welke competenties bij haar/hem het sterkst passen. De automatisch gegenereerde uitslag presenteert per opleidingsniveau tientallen beroepen die aansluiten bij de persoonstypecombinatie, sectorvoorkeur (en competenties) van de testdeelnemer.

Doelgroep

De testdeelnemer heeft de volgende kenmerken:

  • Leeftijd 16-60 jaar
  • Elk opleidingsniveau
  • Nederlandse taalbeheersing op de gebieden lezen of luisteren en begrijpen
  • Gemotiveerd zijn voor de testafname

Toepassing

De GBT-20 kan worden ingezet voor elke situatie waarin men meer wil weten over iemands beroepsvoorkeuren; bijvoorbeeld bij loopbaanvraagstukken, beroepskeuze en studiekeuze.

Kenmerken

Enkele kenmerken van de GBT-20 serie:

  • interessevragen over activiteiten (vrije keuze)
  • interessevragen over beroepen of over soorten bedrijven (vrije keuze)
  • interessevragen over de voorkeurstaak in een bepaalde organisatie (gedwongen keuze)
  • stellingen over competenties (5-puntschaal met antwoordrange: Helemaal oneens-Helemaal eens) (Algemene beroepskeuzetest)
  • vraag over sectorvoorkeur
  • Persoonstypering met 3 types volgens de Holland-types
  • Sectorvoorkeur (3 voorkeuren)
  • Gemiddelde afnameduur 15 minuten
  • Geen tijdslimiet

Theoretisch model: Holland types

Deze beroepskeuzetest is gebaseerd op de theorie van Dr. John Holland. Zijn gedachtengoed ligt aan de basis van vele beroepskeuzetesten die wereldwijd worden gebruikt. Zijn gedachte is dat mensen die een beroep kiezen dat aansluit bij hun persoonlijkheid succesvol en tevreden zullen zijn.

Als basis voor deze beroepskeuzetest is het RIASEC-model (Holland, 1975) gebruikt. RIASEC staat voor zes verschillende typeringen waarin mensen en beroepen in te delen zijn:

  • Realistic (in deze test: Praktisch)
  • Investigative (in deze test: Onderzoekend)
  • Artistic (in deze test: Creatief)
  • Social (in deze test: Mensgericht)
  • Enterprising (in deze test: Ondernemend)
  • Conventional (in deze test: Gestructureerd)

In deze theorie stelt J. Holland dat mensen zijn in te delen naar hun zin om praktisch bezig te zijn (Praktisch), naar de behoefte om te onderzoeken (Onderzoekend), naar hun behoefte om te creëren (Creatief), naar hun wens om met mensen om te gaan (Mensgericht), naar hun behoefte te ondernemen (Ondernemend) en naar hun behoefte zich aan regels en afspraken te houden (Gestructureerd). Een tweede aanname in het model is dat ook beroepen/werkomgevingen zijn in te delen naar Praktisch, Onderzoekend, Creatief, Mensgericht, Ondernemend en Gestructureerd

Iedereen heeft van elk van deze persoonstypen en de bijbehorende eigenschappen wel iets in zich maar het persoonstype dat het beste bij iemand past, bepaalt welke beroepen het meest geschikt voor iemand lijken. Hieronder staan alle zes persoonstypen uitgelegd:

Praktisch
Deze persoon heeft voorkeur voor werk waarin hij praktisch omgaat met materialen, gereedschap, machines, planten, dieren. Vaak zal het gaan om lichamelijk werk en werk waarbij een zeker technisch inzicht belangrijk is. Passende beroepen zijn te vinden in de techniek, transport en logistiek, land- en tuinbouw, enzovoorts.

Onderzoekend
Deze persoon heeft de voorkeur om allerlei zaken om hem heen te observeren, analyseren en verklaren. Hij heeft over het algemeen een goede rekenvaardigheid en een goed ontwikkeld logisch denkvermogen. Vaak zal het gaan om werk waarin een goed ontwikkeld algemeen denkvermogen van de persoon belangrijk is. Passend zijn beroepen in de wetenschap.

Creatief
Deze persoon heeft de voorkeur om werk te doen waarbij de grenzen niet vooraf al voor hem bepaald zijn en waarbij hij gebruik kan maken van creatieve vaardigheden zoals schrijven, dansen, toneelspelen, beeldend vormen enzovoorts. Passend zijn beroepen in de theaterwereld, de muziek, de beeldende kunst, de literatuur, reclame enzovoorts.

Mensgericht
Deze persoon heeft de voorkeur om werk te doen waarin contact met mensen veel voorkomt en belangrijk is. Het gaat dan om activiteiten zoals les geven, verzorgen, informeren, amuseren enzovoorts. Passend zijn beroepen waarbij communiceren en het werken met mensen in het algemeen belangrijk is. Voorbeelden hiervan zijn werken in het onderwijs en in de hulpverlening.

Ondernemend
Deze persoon heeft de voorkeur om doelgericht bezig te zijn met organiseren, leiding geven/besturen, verkopen enzovoorts. Passend zijn beroepen in commerciële, leidinggevende en bestuurlijke functies.

Gestructureerd
Deze persoon heeft de voorkeur om gestructureerde, duidelijke werkzaamheden te doen. Werken volgens een methode en systeem vindt hij prettig. Passend zijn beroepen in ambtelijke en administratieve beroepen.

Normering

Bij de GBT-20 is er geen sprake van een normgerichte interpretatie van scores van een deelnemer. Uit eigen onderzoek blijkt namelijk dat resultaten voor de testdeelnemers niet beter herkenbaar werden na normering van de scores; de uitslag van de persoonlijkheidstypering (top drie van Holland-types) was juist minder herkenbaar voor testdeelnemers. Ook de originele testen die dr. J. Holland gebruikte en eerder genoemde tests op basis van de Holland types zijn niet genormeerd. De onderzoeksgroep voor deze test bestaat uit 324 mensen tot de leeftijd van 60 jaar verspreid over heel Nederland. De groep is verdeeld over de volgende opleidingsniveaus:  Basisschool, VMBO/MAVO, HAVO, VWO, MBO, HBO,WO. De verhouding tussen de opleidingsniveaus tot en met MBO (78,1%) en de opleidingsniveaus HBO/WO (21,9%) komen redelijk goed overeen met de cijfers van de Nederlandse beroepsbevolking volgens het CBS (2007). Statistische gegevens van de GBT-20 zijn na afspraak op onze kantoorlocatie in Zaltbommel in te zien.

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een psychologische test geeft aan in welke mate de test bij elke volgende testafname consistente resultaten meet; dus bij een 2e en 3e testafname bij dezelfde persoon dezelfde resultaten zal meten als de 1e keer. Deze betrouwbaarheid kan op diverse manieren worden gemeten.
De meest gebruikte manier om betrouwbaarheid van een persoonlijkheidsvragenlijst te meten is met Cronbach’s alfa (α-coëfficiënt). Dit is een statistische formule waarmee interne consistentie kan worden gemeten. Hierbij worden de antwoorden van de normgroep op de verschillende items (stellingen/vragen) die bedoeld zijn om een schaal/factor (bijvoorbeeld Extraversie) te meten, met elkaar vergeleken om te bekijken in hoeverre zij consistent dezelfde resultaten meten. Het is een indicatie van hoe goed de verschillende items elkaar aanvullen bij het meten van verschillende aspecten van dezelfde variabele of kwaliteit  (Litwin, 2003). Cronbach's alfabereik is een waarde tussen nul en één. Waarden die dichter bij één liggen, duiden op een hogere interne consistentie; waarden dichter bij nul duiden op een lagere interne consistentie. Een coëfficiënt van .70 of hoger is goed, van .80 of hoger zeer goed en .90 of hoger uitstekend. McMillan en Schumacher (2001) geven aan dat voorzichtigheid geboden is bij het gebruik van groepen items met een alfa van minder dan .70. De betrouwbaarheid van de zes persoonstypen is echter alleen meetbaar voor items/stellingen die enkelvoudig gekoppeld zijn, dus met 1 persoonstype. Omdat de GBT-20 juist een meer complexe koppeling heeft tussen item/stelling en persoonstype(n), is voor een deel van de stellingen geen constructbetrouwbaarheid te meten. Van een ander deel van de stellingen is de betrouwbaarheid voor de zes persoonstypen berekend in rho van Jöreskog. De betrouwbaarheid is gemiddeld 0.76 en dat is gezien het aantal stellingen wat meetbaar is uitstekend te noemen.

Het onderzoek naar test-hertest betrouwbaarheid (interne consistentie) laat zien dat de uitslag van de drie belangrijkste persoonstypen bij een groep respondenten (16), die na twee tot drie weken de beroepskeuzetest opnieuw invulden, goed tot zeer goed vergelijkbare resultaten liet zien. Meer statistische gegevens van de GBT-20 zijn na afspraak op onze kantoorlocatie in Zaltbommel in te zien.

Validiteit

De validiteit van een vragenlijst geeft aan in welke mate het testinstrument ook echt het construct meet dat het beoogt te meten. Meet de GBT-20 ook echt de 6 persoonstypes en kunnen deze persoonstypes ook echt gekoppeld worden aan beroepen?

De Groei beroepskeuzetest is gebaseerd op de theorie van Dr. John Holland (Holland, 1973) uit de Verenigde Staten. Deze theorie is een valide theorie voor beroepskeuzetesten (Randahl, 1991). De 6 Holland-types zijn valide om een persoonstypering van iemand te maken voor het doel deze te koppelen aan beroepen en ze zijn valide om te koppelen aan beroepen (Meireles & Primi 2015). Het gedachtegoed van John Holland ligt aan de basis van vele beroepskeuzetesten die wereldwijd worden gebruikt. Uitgebreide gegevens met betreking tot het validiteitsonderzoek van de GBT-20 zijn na afspraak op onze kantoorlocatie in Zaltbommel in te zien.

Testbegeleiding

Als een testbegeleider van een organisatie of een ander persoon naar aanleiding van de testresultaten en gegenereerde interpretaties een advies wil uitbrengen aan of over de testdeelnemer, dan dient deze persoon:

  • voldoende kwalificaties, licenties en autorisaties te hebben om psychologische tests te gebruiken voor dit doel.
  • te handelen in overeenstemming met de algemene voorwaarden van Testcentrum Groei B.V., de geldende wet- en regelgeving en andere van toepassing zijnde richtlijnen zoals die van de beroepsethiek. 

Bij het adviseren over de beroepskeuze van een testdeelnemer is het belangrijk dat men naast de testafname de testdeelnemer interviewt over de uitslag op de verschillende componenten. In dit interview komen de volgende onderdelen aan bod:

  1. De testbegeleider geeft uitleg over de drie persoonstypen die de testdeelnemer heeft in zijn persoonstypecombinatie.
  2. De testbegeleider vraagt aan de testdeelnemer of hij deze persoonstypecombinatie herkent.
  3. De testbegeleider vraagt aan de testdeelnemer of hij de sectorvoorkeur in de testrapportage herkent.
  4. De testbegeleider vraagt aan de testdeelnemer of hij de sterke en minder sterke competenties herkent.
  5. De testbegeleider vraagt aan de testdeelnemer of hij in de geselecteerde TOP 10 lijst(en) met beroepen zijn interesses herkent. U bekijkt samen de beroepen en de omschrijvingen en opleidingen die erbij horen.
  6. De testbegeleider denkt mee met de testdeelnemer over de beste passende beroepen uit deze lijst.
  7. De testbegeleider en de testdeelnemer onderzoeken van deze best passende beroepen de mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor de testdeelnemer. Belangrijke vragen hier zijn onder andere:
    - Zijn de opleidingskwalificaties van de testdeelnemer voldoende voor het gewenste beroep?
    - Zijn er competenties/talenten van de testdeelnemer die in het gewenste beroep misschien niet voldoende worden benut?
    - Zijn er tekorten op bepaalde competenties bij de testdeelnemer voor het gewenste beroep? Kunnen deze tekorten door bijvoorbeeld een training of opleiding worden opgeheven?
    - Zijn er vacatures voor het gewenste beroep?
  8. De testbegeleider en de testdeelnemer formuleren samen een plan/thuisopdracht en maken een vervolgafspraak.
  9. De testbegeleider kan in het account tekst (bv een kort verslag van het interview of een thuisopdracht) invoeren en toevoegen aan de testrapportage (zie handleiding Mijn testcentrum).

Beperkingen

De geschiktheid van deze vragenlijst voor mensen tot 16 jaar en ouder dan 60 jaar is niet bekend. Het onderzoek van deze vragenlijst heeft zich vooral gericht op de groep van 16 tot maximaal 60 jaar.

Testafname

Testafnames worden via het online testsysteem op www.testcentrumgroei.nl uitgevoerd. Dit is een systeem waar organisaties een account voor kunnen aanvragen en waar één of meerdere zogenaamde “testbegeleiders” uit naam van deze organisatie hun testdeelnemers kunnen uitnodigen voor diverse tests. Het is goed om testdeelnemers ruim voor de afspraak waarin de testrapportage wordt besproken de gelegenheid te geven om de test te maken en ze dus ruim van tevoren uit te nodigen voor een testafname.

De testdeelnemers kunnen met de inloggegevens van de uitnodiging de testafname starten. De instructie voor de testafname wordt in het scherm weergegeven als de testdeelnemer de test start. Testdeelnemers kunnen zelf hun uitslag direct na de testafname bekijken in een afgeschermde online omgeving, tenzij de organisatie, in het belang van de testdeelnemer, inzage in de resultaten tijdelijk heeft afgeschermd omdat men de uitslag samen met de testdeelnemer wil bekijken tijdens een begeleidingsmoment. De testafname dient in 1 keer te worden afgerond. Onderbrekingen mogen niet langer duren dan 20 minuten vanwege de sessie- en privacy instellingen.

Voor de testafname is het niet nodig dat deze in een gecontroleerde omgeving wordt afgenomen; het is immers een zelfbeoordeling waarin geen goede en foute antwoorden zijn. De testdeelnemer kan de test op elke rustige plek maken waar zij/hij zich voldoende prettig voelt.

Technisch gezien is er een stabiele internetverbinding nodig met een basale bandbreedte, een apparaat met een browser en de invoermogelijkheden van een computermuis/touchpad en een (al dan niet digitaal) toetsenbord. Op het apparaat moet een up-to-date browser geïnstalleerd zijn.

Meer informatie over de ontwikkeling van en het (statistisch) onderzoek naar deze test kunt u lezen in de handleiding die via het account Mijn testcentrum beschikbaar is.

Heeft u nog een vraag? Bel of mail ons dan gerust: